De werkelijkheid van Chinese schilders
door Lucien van Valen
in: Muziek &Woord, Cultureel Programmablad van Klara Uitgave: VRT en Decom, februari 2007

 

In het BOZAR wordt een interessante tentoonstelling gehouden onder de naam: Het verboden rijk, wereldbeelden van Chinese en Vlaamse meesters.Het beoogt een confrontatie te bewerkstelligen tussen twee grote schildertradities; de Chinese en de Vlaamse, of misschien is het beter om te zeggen tussen oost en west. De kijker zal hierbij de aspecten die in de eigen cultuur belangrijk zijn over het algemeen wel op waarde weten te schatten. Ongemerkt weet iedereen die in het westen opgroeit het nodige van de eigen schilderkunst en cultuur, omdat men daar van jongs af als vanzelfsprekend mee geconfronteerd wordt. Ten aanzien van een 'vreemde' cultuur, zoals in dit geval de Chinese, is deze voorkennis uiteraard niet of in veel mindere mate aanwezig. In dit artikel zal ik een aantal aspecten van de Chinese schilderkunst gebruiken om een handreiking te geven bij het bekijken van de Chinese schilderijen.Imitatie is in China de weg naar het meesterschap.


In China zijn schilders van oudsher gewend om hun voorgangers met grote eerbied te beschouwen en vooral ook om deze vroegere meesters tot voorbeeld te nemen en na te volgen. Het navolgen van de grote voorbeelden uit de geschiedenis wordt in China algemeen gezien als het toppunt van meesterschap. Bovendien is het slechts een enkeling vergund om daaraan dan ook nog een unieke eigenheid toe te voegen en op grond daarvan zelf de geschiedenis in te gaan als grote meester. Tevens bestaat er in China door de eeuwen heen een traditie van kritische beschouwing en beschrijving van schilders en schilderijen. Een enkel vroeg voorbeeld hiervan wil ik hier noemen: In het jaar 847, tijdens de Tang dynastie die gedurende de periode van 618 tot 907 in China aan de macht is, schrijft Zhang Yanyuan een boek over schilders en schilderijen door de eeuwen heen. In dit boek geeft Zhang zijn visie op de ontwikkelingen en stromingen van het Chinese schilderen tot dan toe. Zhang
schrijft onder meer over oude meesters, hun technieken, de waarde van hun werken en over de onderwerpen die toen werden geschilderd. Dit waren landschappen en figuren maar ook muurschilderingen in tempels en in graftombes, en als aparte groep de 'bloemen en insecten'. Van hem weten wij dat deze onderwerpen reeds voor de negende eeuw veelvuldig werden geschilderd. Zhang leert ons ook dat de schilders van zijn tijd werkten in navolging van hun grote voorgangers. Ook in de daarop volgende dynastieën werkten de schilders in navolging van de meesters en meesterswerken uit het verleden.

Lan Ying in navolging van Wang Meng


Een mooi voorbeeld van navolging van een vroegere meester zien we op deze tentoonstelling. Het is een landschapsschilderij van de hand van Lan Ying dat tussen 1600-1650 is geschilderd. Deze datering geeft aan dat het stamt uit de tijd waarin de laatste echte Chinese dynastie, de Ming dynastie (1398-1644), ten einde loopt. Het werk wordt in de beschrijving gepresenteerd als een imitatie van Wang Meng. Het woord 'imitatie' roept in mijn ogen een verkeerd beeld op; ik denk dat 'in navolging van' meer op zijn plaats zou zijn. In het westen heeft imitatie in de kunst immers vaak een negatieve klank, terwijl in China, zoals hierboven al beschreven werd, de navolging van een meester juist als heel positief gezien wordt. Wang Meng en, in navolging van hem Lan Ying schilderde enkele kleine figuren in een hutje dat is gesitueerd in een verlaten berglandschap. In Wang Mengs tijd was dit een ideaalbeeld van de 'echte Chinese cultuur' uit vroeger tijden. Wang Meng leefde en werkte van 1309 tot 1385 aan het eind van de door Mongolen gevestigde Yuan dynastie (1271-1398). Hij mag met recht een van de grote voorbeelden uit de Chinese kunstgeschiedenis genoemd worden. Hoewel er van zijn 'eigen' werk maar weinig over is, krijgen we van de vele bewaard gebleven in zijn stijl geschilderde werken een goede indruk van zijn meesterschap. Daarbij moet opgemerkt worden dat Wang Meng op zijn beurt paste in de traditie van het navolgen van de grote voorgangers; Wang schilderde in de stijl van Dong Yuan. Dong Yuan was ook een meester in het landschap schilderen. Hij leefde van 907 tot 960 gedurende de onrustige periode aan het eind van de Tang dynastie, die bekend staat als de 'Vijf Dynastieën en Tien koninkrijken'.

 



Mede door de langdurige traditie van navolging ontwikkeld zich in China een beeldtaal die door de eeuwen heen een aantal sterk gestileerde steeds terugkerende elementen toont. Ik wil daar een enkel voorbeeld van geven. Rechts op de voorgrond in het landschap van Lan Ying zien we in het beeld een typisch stuk rots met enkele gaten. Hetzelfde soort rotspartij vinden we terug op het portret van de keizerlijke concubine dat rond 1750 geschilderd werd. Daar wordt het op de achtergrond in een doorkijkje van het geopende venster als element in de tuin weergegeven. Weer een eeuw later, tussen 1800 en 1850 schildert Ren Xiong een portret ten voeten uit. Het is getiteld 'Mistress Ma presenting a birthday gift'. Ook hier zien we een vergelijkbare rots die een achtergrond voor de figuren op de voorstelling vormt. De steeds terugkerende opvallend gevormde rots roept bij de Chinese kijker als het ware een beeld op van de ideale landelijke omgeving.


Een extra dimensie


Bij de tentoongestelde Chinese landschappen zien wij een vorm van perspectief, die duidelijk verschilt van het perspectief dat in de Europese schilderingen te zien is. Vergelijk het uit losse onderdelen opgebouwde berglandschap van Lan Ying bijvoorbeeld eens met het duidelijk naar een verdwijnpunt lopende weggetje op de tekening van Jan Breughel de Oude.

In de Europese schilderkunst is het perspectief een belangrijke ontdekking die zich snel verspreidde en sindsdien niet meer weg te denken is in de schilderkunst. In China wordt echter een hele andere vorm van perspectief gebruikt, die ik het 'wandelend perspectief' noem. Daarbij kan men de term wandelen bijna letterlijk opvatten. De Chinese schilder neemt ons, aan de hand van verschillende standpunten die hij verbeeldt, mee in de scènes, die na elkaar worden geplaatst. We lopen als het ware met hem mee in zijn waarneming van de beelden. Deze wandeling door de tijd wordt het best weergegeven op handrollen. Een handrol bestaat uit een aaneenschakeling van vellen papier die op zijde tot een lange rol gemonteerd worden. Aan het begin en het eind wordt de rolschildering voorzien van een houten stok om hem op te rollen.
Dit type rolschildering werd bijvoorbeeld in opdracht van het hof gemaakt om verslag te doen van een inspectiereis die de keizer naar een van zijn uitgestrekte gebieden ondernomen had. Op deze soms meterslange rolschilderingen zijn landschappen te zien in een opeenvolging van scènes die als het ware van links naar rechts gelezen kunnen worden. Dezelfde figuren komen in elke zich ontrollende scène opnieuw voor. Door deze werkwijze bevat dit type rolschildering niet alleen een beeld van de verschillende plaatsen die bezocht werden, maar we worden ook meegevoerd in een verslag van de tijd omdat het tijdsverloop als een extra dimensie is toegevoegd aan de voorstelling.


Zwarte inkt op zijde en papier


Een opvallend kenmerk van Chinese schilderijen is het materiaal. In de vroege dynastieën werd er hoofdzakelijk op muren geschilderd, maar al in de achtste eeuw ontwikkeldt zich het schilderen op papier en zijde. De verf, die hiervoor werd gebruikt, is samengesteld uit pigmenten of plantaardige kleurstoffen, die worden gemengd met een dierlijke lijm. De lijm dient als bindmiddel en dit is nodig voor de hechting aan de ondergrond. Papier en zijde worden beschilderd met zachte penselen, die gemaakt werden van verschillende soorten haar van dieren, zoals marters, geiten en soms zelfs van wolven. Papier en zijde zijn gemakkelijk op te rollen en veel van de schilderingen worden slechts bij bepaalde gelegenheden uitgerold en opgehangen. Door de gewoonte de schilderingen opgerold te bewaren wordt de kwetsbare schildering slechts zelden aan licht blootgesteld en heeft ook weinig te lijden van andere omgevingsinvloeden. Dit is een van de reden waarom deze toch behoorlijk kwetsbare materialen de tand des tijd overleefden.
Vanaf de tiende eeuw zien we schilderingen, die gemaakt worden met uitsluitend zwarte inkt op papier of op zijde, die een geheel nieuwe verbeelding van de werkelijkheid geven. Deze manier van schilderen vindt in China algemeen erkenning vooral in kringen van de elite: de literaten. Deze literaten zijn zoals de naam al aangeeft geletterden. Zij hebben allen eenzelfde scholing ontvangen, waarbij zij zich onder andere dienden te bekwamen in kalligrafie en schilderen. In de loop van de daarop volgende eeuwen ontstaat er ogenschijnlijk een tweedeling in de waardering van schilderijen. In de bewaard gebleven geschriften wordt de inktschildering langzamerhand verheven tot het hoogste ideaal. Tegelijkertijd verdwijnt de zogenaamde 'sterke kleur' schildering enigszins naar de achtergrond, vooral omdat deze schilderingen worden gezien als een product van ambachtelijke schilders. Daarbij moeten we bedenken dat de beschrijvingen werden gekleurd door het feit dat ze voornamelijk opgetekend werden door de literatenschilders, die zelf de zwarte inktschildering als hoogste verbeelding van de werkelijkheid zagen.

De ambachtelijke schilder


Aan het Keizerlijk hof zijn schilders verbonden, die uitsluitend in opdracht werken en bijvoorbeeld portretten van de hofhouding vervaardigen. Zij houden de traditie van de sterke kleurschildering levend. Op het affiche van deze tentoonstelling is een schilderij afgebeeld met het portret van de concubine van Keizer Hongli. Het is rond 1750 geschilderd en kan gezien worden als een prachtig voorbeeld van het werk van de traditionele hofschilders. Men moet zich bij een portret als dit wel bedenken dat het absoluut niet gemaakt werd om aan jan en alleman te tonen. Het werd speciaal vervaardigd voor de Keizer, en zoals de verboden stad slechts bewoond werd door de hofhouding met hun paleisdames en eunuchen, was de geschilderde concubine slechts voor keizerlijke ogen bestemd.
Keizer Hongli toonde het portret misschien bij gelegenheid een enkele keer aan een intieme vriend, maar het zal in die tijd nooit zo open en bloot te zien zijn geweest als het nu op deze tentoonstelling te bewonderen is.